Tilburg is de Aldi onder de Nederlandse steden. Zegt Gertjan van Leeuwen, alias Gummbah, cartoonist van de deerniswekkende lelijkheid. Hij mag dat zeggen, want hij woont er al heel lang en hij ontleent er zijn inspiratie aan. Een andere inwoner van Tilburg vond dat wat weinig eer voor zijn stad, getuige een ingezonden brief in de Volkskrant. “Vanwege de ontwikkelingen verdient Tilburg voortaan de typering Lidl van de Nederlandse steden.”

Ik dacht aan de hyperbool, de stijlfiguur van overdrijving. Als Tilburg de Aldi is, dan is Roosendaal de afdeling leeggoed van diezelfde Aldi. De vergelijking met de inhoud van de hersenpan van de Roosendaler ligt voor de hand. Het is vooral de alom aanwezige penetrante geur van verschraling en fermentatie, in combinatie met de plakvloer onder je schoenzolen, die de afdeling emballage in herinnering brengt.

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, niet zelden zonder mededogen. Want onze aanwezigheid was vereist in de smeltkroes van genetisch restmateriaal die dit dal der rozen bevolkt. Mevrouw Spruit, toch aardig wat gewend, verzuchtte: “Eigenlijk kunnen ze het hier maar beter allemaal meteen platgooien.” Inderdaad, erg mild, maar dat is nu eenmaal de empathie die vrouwen eigen is.

Het gezegde wil dat domheid erger is dan slechtheid. De Roosendaler ijvert ervoor de twee in symbiotische harmonie te praktiseren. Waar de lelijkheid van Tilburg Gummbah inspireert, kan het verderf in Roosendaal een schilder als Jeroen Bosch tot voorbeeld hebben gediend. Wie diens visioenen van zondvloed en hel wil herleven brengt op een willekeurige zaterdagmiddag een bezoek aan het filiaal van Het Kruidvat aan de Nieuwe Markt in Roosendaal. De Tuin der Lusten in een 21e- eeuws tableau vivant.

Spruit