JezelfJij komt jezelf nog wel eens tegen. Ze hadden het al eens voorspeld. Toch was het een behoorlijke schok toen het ook echt gebeurde. Het was september, die periode van de zomer dat de Provence weer enigszins begaanbaar wordt, terwijl haar verleidelijke charmes nog niet ten prooi vallen aan de dreiging van de onvermijdelijke herfst en winter.

Nog onder de indruk van het perfect geconserveerde gesticht Saint-Paul-de-Mausole, waar Vincent van Gogh ooit verpleegd werd, dwaalden we langs terrassen en winkeltjes door het compacte centrum van het –excusez le mot- schilderachtige dorpje St. Remy de Provence. Late zonnestralen gaven gezichten, gebouwen en eeuwenoude platanen een royale gouden glans. Niets wees erop dat een schokgolf van nucleaire proporties het gemoedelijk welbevinden van het echtpaar Spruit aanstonds volledig uit balans zou brengen.

Want daar zat ik. Op enkele tientallen meters afstand van mijzelf, uit te blazen op een muurtje. Wat zich vervolgens in een fractie van een seconde voltrok, duurt in mijn herinnering veel langer. Het heeft zich daar als een reeks slow-motionbeelden genesteld. Ik zie mijzelf. Mijzelf ziet mij ook, kijkt mij aan, nog steeds op die afstand van tientallen meters. Het gezicht van mijn evenbeeld verstrakt, in een gebeitelde mengeling van schok en ongeloof. Zelf voel ik het bloed uit mijn gezicht wegtrekken, mijn mond wordt droog, ik word licht in mijn hoofd. Uit een ooghoek zie ik mevrouw Spruit naast mij heen en weer kijken, naar mij en naar, eh, mij. Achteraf bevestigde ze dat ze niet begreep hoe ik ineens zoveel verder weg op een muurtje kon zitten, terwijl ik net nog, maar wacht, nu nog steeds, naast haar liep.

In de verwarring raakte ik mezelf kwijt. Althans, die exacte kopie van mijzelf. Hoewel die kopie wel van mij zal hebben gezegd of gedacht dat ik een kopie was. Achteraf deduceer ik dat het geen local is geweest. In de lokale horecagelegenheden waar we aan ons geestelijk herstel werkten zoenden de habitués elkaar bij binnenkomst gretig en veelvuldig. Van mij bleven ze af. Geen local, dus. Of hij meed de horeca. Maar dan is het weer geen evenbeeld. Wie weet kom ik mezelf nog wel eens tegen.

De Vrolijke Spruit